Met de meeste jongeren gaat het goed: ze ervaren veiligheid, verbondenheid en goede relaties. Tegelijk kan de jeugd worden gekenmerkt door grote veranderingen en veel verwachtingen.
Van jongeren wordt verwacht dat ze:
Velen voelen dat ze op meerdere terreinen tegelijk moeten slagen. Ze kunnen schooldruk, vergelijking, onzekerheid, angst om verkeerd te kiezen of zorgen om goed genoeg te zijn ervaren.
Stress is niet altijd negatief. Een zekere spanning en druk kan helpen om je voor te bereiden, te concentreren en iets belangrijks uit te voeren. Maar als de eisen groter voelen dan de beschikbare bronnen en steun, wordt stress moeilijk hanteerbaar.
Het Loopbaankompas leert jongeren niet om steeds meer druk te verdragen. Het helpt hen hun eigen reacties te begrijpen, te herkennen wat ze nodig hebben en goede manieren te vinden om uitdagingen aan te gaan. Leerlingen moeten ervaren dat ze niet alles alleen hoeven te doen.
Scholen hebben een belangrijke opdracht om leerlingen voor te bereiden op het schoolleven van nu en op toekomstige opleiding, werk en samenleving. In het landelijke curriculum is gezondheid en levensvaardigheden een vakoverstijgend thema, en veel scholen zien veerkrachtige, zelfverzekerde en zelfstandige leerlingen ook als kern van hun waarden.
Die ambities omzetten in concreet onderwijs kan lastig zijn. Hoe ontwikkelen leerlingen in de praktijk veerkracht, zelfvertrouwen en keuzevaardigheid, niet als apart vak, maar als vanzelfsprekend onderdeel van het leren?
Het Loopbaankompas is precies met dat doel ontwikkeld. Via loopbaanleren, reflectie en praktische activiteiten werken leerlingen systematisch aan de persoonlijke bronnen die hen helpen zichzelf te begrijpen, uitdagingen aan te gaan en goede keuzes te maken.
Als leerlingen meer over zichzelf leren, vertrouwen in eigen kunnen opbouwen en oefenen met kiezen, bouwen ze ook de bronnen op die hen beter voorbereiden op tegenslag, onzekerheid en verandering. Veerkracht is dus geen doel op zich, maar het resultaat van goed leren en persoonlijke ontwikkeling.
Werken met veerkrachtbronnen hoort bij het bredere perspectief van levensvaardigheden op school. Gezondheid en levensvaardigheden moeten leerlingen competenties geven die de mentale en fysieke gezondheid bevorderen en hen beter in staat stellen verantwoorde keuzes in hun leven te maken. Het ontwikkelen van een positief zelfbeeld en een veilige identiteit is vooral in de kindertijd en de jeugd belangrijk.
In Het Loopbaankompas worden levensvaardigheden gekoppeld aan situaties die leerlingen echt tegenkomen:
Levensvaardigheden gaan hier niet over het beheersen van alles wat er gebeurt. Ze gaan over het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en bronnen die het makkelijker maken om jezelf te begrijpen, steun te gebruiken, goede keuzes te maken en verder te gaan wanneer het leven anders loopt dan gepland.
Wanneer een jongere iets moeilijks tegenkomt, ligt de focus al snel op wat hij of zij niet kan. Het veerkrachtperspectief nodigt uit tot andere vragen:
Dat betekent niet dat de uitdagingen alleen bij de leerling zelf liggen. Schoolklimaat, relaties, verwachtingen, financiën, gezondheid, gezinssituatie en toegang tot steun bepalen mede welke mogelijkheden jongeren hebben. Werken aan veerkracht moet daarom altijd zowel persoonlijke bronnen als de omgeving omvatten.
Veerkracht mag nooit worden gebruikt om jongeren te vertellen dat ze gewoon positief moeten denken, zich moeten vermannen of meer moeten verdragen. Sommige uitdagingen vragen om:
Veerkrachtbronnen helpen leerlingen ontdekken wat ze zelf kunnen doen, maar ook begrijpen wanneer ze hulp nodig hebben en bij wie ze terechtkunnen. Om hulp vragen is geen teken van zwakte. Het is een belangrijke veerkrachtbron.
Keuzes over opleiding en toekomst worden niet in een emotioneel vacuüm gemaakt. Stress, verwachtingen, zelfbeeld, eerdere ervaringen en faalangst kunnen bepalen welke mogelijkheden een leerling ziet en durft te overwegen.
Een leerling kan bijvoorbeeld:
Via de veerkrachtbronnen leren leerlingen onzekerheid constructiever tegemoet te treden. Ze oefenen met:
Zo worden levensvaardigheden een noodzakelijk onderdeel van keuzevaardigheid. Het doel is niet dat leerlingen helemaal zeker worden. Het doel is dat ze verder kunnen, ook als niet alle antwoorden er al zijn.